Van idee tot lijst

Mijn werken kennen allemaal een eigen unieke ontstaansgeschiedenis. Geen enkel werk dat u op deze site vindt, is tot stand gekomen volgens een vooraf vastgelegd patroon. Wel kunnen een aantal activiteiten onderscheiden worden die ten grondslag liggen aan de meeste werken.

Ideevorming

De onderwerpen die ik in mijn werk uitbeeldt, kunnen gezien worden als ordeningen van gedachten en beelden die op enig moment 'gestold' zijn tot een concreet idee. Dat stollen is een proces dat soms jaren kan duren. Fenomenen die opduiken mijn leven, lijken zich in de loop der tijd autonoom te ontwikkelen tot een coherent geheel. Dat geheel is voortdurend aan verandering onderhevig, totdat de laatste penseelstreek gezet is. Invloeden uit mijn jeugd, mijn omgeving, van boeken, gedichten en de voortdurende stroom van informatie die de media over ons uitstort, vormen de aanjagers van dit vaak onbewuste proces. Op momenten van contemplatie ontstaat er uit dit veelvormige geheel een idee dat het uitgangspunt is voor een nieuw werk.

Onderzoek en uitwerking

Als een idee eenmaal concrete vormen heeft aangenomen, breekt er een periode van onderzoeken en uitwerken aan. Ik verzamel allerlei beelden en materialen die mogelijk een plek in het werk krijgen. Dat varieert van een knipsel uit een tijdschrift, een plant of bloem tot landschapsfoto's, materialen met een specifieke textuur en foto's van modellen in verschillende opstellingen. In mijn atelier ontstaan kleurrijke collages. De houtskoolschetsen die in deze fase ontstaan, vormen het eerste tastbare resultaat van mijn geestelijke arbeid.

Opzetten van het doek

Een meer technische vorm van arbeid is het opzetten van het doek. Dat begint met het op maat maken van het raamwerk. Bij grote doeken gebruik ik sinds enkele jaren aluminium frames die ik op maat laat maken. Voor de kleinere werken maak ik ze zelf van hout. Het frame wordt bespannen met linnen en op de juiste spanning gebracht. Het linnen wordt vervolgens voorzien van een grondlaag, hieroverheen een middenkleur, imprimatur geheten (vaak okerkleurig). Met olieverf zet ik het definitieve ontwerp over op het doek.

Van onderschildering naar overschildering en detaillering

Op de ondertekening vul ik de lichte partijen in met dekkend titaan-wit, laag over laag, totdat ik het juiste licht gevonden heb. Die delen die volume (massa) hebben, zoals bijvoorbeeld een boompartij, werk ik op met midden- tot donkergrijs. Het werk wordt op deze manier met veel wit mager, krijterig gehouden. In de onderschildering gebruik ik voornamelijk dekkende (niet-doorschijnende) pigmenten. Het detailleren gebeurt vrij snel, vooral later in het proces, maar ook al in de onderschildering.

Na het aanbrengen van de onderschildering breekt de fase van glaceren aan. De pigmenten die in de overschildering gebruikt worden, zijn over het algemeen transparanter, naarmate het werk zijn voltooiing nadert. Laag na laag krijgen de verschillende partijen meer kleur. Het aanbrengen van een glacerende laag verreist dat de ondergrond droog is. Dit betekent dat er tussen het aanbrengen van verschillende lagen een droogtijd noodzakelijk is. Deze droogtijd is afhankelijk van het medium en kan oplopen tot een week. In deze periode kan ik niet verder werken aan de betreffende partij. Al is het wel mogelijk om met een nat-op-nat-techniek nuances en details aan te brengen binnen de laag.

Omdat ik vrij gedetailleerd werk, komt het echter niet vaak voor dat ik door de droogtijd niet verder kan. Mijn werken zijn onderverdeeld in verschillende 'partijen' waaraan ik beurtelings werk. Daarbij werk ik van grof naar fijn en van licht naar donker. In de laatste fase ben ik voornamelijk bezig met detailleren: het aanbrengen van kleine details en schaduwen die het werk een grote diepte en kracht geven.

Afwerking

Het werk aan het doek belandt nu in de laatste fase. De overgang naar deze fase is niet te benoemen, net als het moment van voltooiing. Onbewust loopt de spanningsboog af, zoals ook het energieniveau. Dit is een autonoom proces met een grote vanzelfsprekendheid. In deze fase signeer ik het schilderij, meestal rechtsbeneden.

Hierna maak ik een bijpassende (bak-)lijst, die ik voorzie van een passende kleur. Als het doek voldoende gedroogd is en onder de juiste spanning staat, wordt het in de lijst gemonteerd. Aangekochte doeken hang ik meestal zelf op bij de opdrachtgever. De vernislaag breng ik pas na minimaal een jaar aan. De chemische werking van de olieverf beloopt namelijk een periode tot wel 80 jaar, waarbij de activiteit in de beginperiode het hoogst is.